Bleken van tanden en kiezen

 

Er komen steeds meer vragen van patiënten over bleken. Graag geven we u hier uitgebreide informatie over de voors- en tegens, methodes enzovoort.

 


 

Hoe de kleur van tanden en kiezen tot stand komt

 

De kleur van tanden en kiezen wordt in beginsel bepaald door de kleur van het zogenaamde "tandbeen" ofwel "dentine" onder het glazuur van de tand of kies. De kleur hiervan is erfelijk bepaald.

Voorbeelden van overige factoren waardoor een tand kan verkleuren zijn bijvoorbeeld de volgende:

 

• Door een ongeval kan de zogeheten "pulpa" ofwel "zenuw" afsterven, waardoor de tand een blauwe of grijze kleur krijgt.

• Veroudering kan ervoor zorgen dat het tandbeen dikker wordt en de tand daarmee dus automatisch donkerder. Daarnaast kan het glazuur poreuzer worden waardoor kleurende stoffen er gemakkelijker in binnendringen.

• Gebruik van bepaalde medicijnen kunnen evenwel tandverkleuring veroorzaken.

  


 

Bleken in de praktijk

 

Dode tand:

Het is mogelijk om een tand met een door een ongeval afgestorven zenuw/pulpa inwendig te bleken, zodat de blauwe of grijze verkleuring verdwijnt. Eerst wordt middels een wortelkanaalbehandeling de afgestorven zenuw verwijderd.

Na de wortelkanaalbehandeling wordt de tand opnieuw geopend en een bleekmiddel ingebracht.

 

Levende tanden:

Het bleken van levende tanden kan het beste geschieden met een zogenaamde "thuisbleeklepel". Er wordt een afdruk gemaakt in de praktijk, op basis waarvan het tandtechnisch laboratorium zo'n thuisbleeklepel maakt.

De techniekkosten van het laboratorium voor het maken van zo'n lepel zijn wel aan de hoge kant, maar het voordeel is wel dat deze lepel gewoon kan worden hergebruikt in de toekomst.

De bleeklepel moet in elk geval echt goed passen: in de tuisbleeklepel moet een speciale bleek-gel met waterstofperoxide worden gedaan, en deze mag niet in aanraking komen met het tandvlees.

Bleken met een thuisbleeklepel met waterstofperoxide-houdende bleekgel is een geleidelijk en gecontroleerd proces. Daarnaast staat u onder controle van uw tandarts.
Bleken is namelijk niet iets om zelfstandig mee te experimenteren. Veel "middeltjes uit de supermarkt" werken veelal niet, of kunnen potentieel schadelijk zijn.

  


 

Wanneer kunt u beter niet bleken

 

Als u veel rookt of koffie drinkt, zal de verkleuring veel sneller terugkomen. Bleken maakt het glazuur iets poreuzer. De tanden worden dus in eerste instantie witter, maar ook vatbaarder voor verkleuring in de toekomst.

 

Als u al veelvuldig hebt gebleekt in het verleden is het dus in het licht van het bovenstaande eveneens niet aan te raden. Het effect op de lange termijn van bleken in het algemeen op glazuur en weefsels is nog niet bekend. 

 

Als u van nature al een redelijk wit gebit hebt doordat u een van de geluksvogels bent met een lichte dentine-kleur, kunt u beter niet bleken. De keus is uiteraard aan u, maar laat u niet te veel meeslepen in een bleek-hype. Te witte tanden zijn onnatuurlijk.

  


 

Wanneer moet u opletten voordat u overgaat tot bleken

 

Als u een restauratie aan een tand heeft die in het zicht zit, zoals bijvoorbeeld een afgebroken stukje tand dat met composiet is bijgewerkt of een facing op een voortand, moet u het volgende in het achterhoofd houden: restauraties bleken niet mee. De tanden worden witter, maar de restauraties blijven hetzelfde, waardoor het lelijk tegen elkaar af gaat steken. Wat wel kan uiteraard, is de bestaande restauraties na het bleken vernieuwen, zodat de kleur weer aansluit.